# 094
![]()
![]()


Good Music Makes Ya
Live Longer And Better!
marc.mazzmusikas@skynet.be –
website op komst
Medewerkers: Luc Daelemans / Bruno Depeyper /
Rudi Dillen / Dani Heyvaert / Paul Jonker / Antoine Lgat / Luc Lenaerts /
Holly Moors / Marc Nolis / Fred Schmale / Gert Talboom / Georges Tonla Briquet
/ Ben Vanhoegaerden / Jan van Leersum
INHOUD
Small Talk: (Boris
Mccutcheon & The Saltlicks / Cactus / Dranouter / Jazz Station / Opatuur / Un Soir
Autour Du Monde / Wies /
Zuiderpershuis)
Caught in the Act: (Steve Wynn)
The Bowmans: (The Bowmans)
Laser op Scherp: (AASoundSystem / Shane Alexander
/ Nels Andrews / Blue Baron / The Brandos / Brussels
Jazz Orchestra / Byrdjones
/ Bob Cheevers /
Justin
Townes Earle / Farmers
Market / Tom
Feldmann & The Get-Rites / Peter Gallway / The
Garifuna Womens Project / Benjamin Herman / Kawada / La Jambre / Mars Arizona / Mpemba Effect / Naughty Jack / Old Reliable / Olla Vogala / Tom Poisson / Don Michael
Sampson / Too
Slim & The Taildraggers / Chucho Valdes / Various
/ The Rough Guide To African Street Party / Hope Waits / Bugge Wesseltoft
/ Whipsaws)
SMALL TALK
@ Naar
aanleiding van de nieuwe cd Bad Road, Good People (Lucky Dice Music) trekken BORIS MCCUTCHEON & THE SALTLICKS laat in april door Nederland en,
warempel, ze doen ook n keer Belgi aan: op zaterdag 26 april spelen ze in de
N9 villa te Eeklo. Het voorprogramma wordt verzorgd door H.T. Roberts. Meer info over de hele tournee
op www.luckydicemusic.com. (MN)
@ Plotsklaps
gaat het wel heel hard vooruit, daar bij die CACTUS! Intussen zijn ook volgende namen voor het festival binnengevallen:
Dinosaur Jr
(12/07), Sophia
(13/07), Bootsy Collins & The Hardest Working Band ftg. Fred Wesley (13/07), Arno (12/07), Cinematic Orchestra (12/07) en The Kills (13/07). Meer info op www.cactusmusic.be. (MN)
@ DRANOUTER aan zee is nog niet eens voorbij
of daar krijgen we reeds de eerste waslijst met namen voor het zomerfestival
binnen. Op papier wordt het alleszins een hoogvlieger. Zo noteren we de komst
van o.m. Loreena McKennitt,
Boudewijn De Groot,
Billy Bragg
(solo), Las,
Thierry Robin,
Jim White, Tref, Ballroom Quartet, Lieven Tavernier, The Men They Couldnt Hang en Orchestre International Du
Vetex. De
voorverkoop startte op 1 april. Alle info via www.folkdranouter.be. (GTB)
@ Voor
kwaliteitsjazz tegen een vriendenprijsje kan je nog steeds drie avonden per
week terecht in de JAZZ STATION (Leuvense steenweg 193, Sint-Joost-ten-Node). In april
staan daar o.m. volgende groepen op de affiche: Fred Delplancq Quartet (9e), Aprs Un
Rve (het nieuwe
project van Greg Houben met de klassieke zangeres Julie Mossay, 12e),
Robin Verheyen
met Narcissus Quartet
(23e) en Samys On The Bowery (met o.a. Steven Delannoye en Frederik
Leroux). Info via www.jazzstation.be.
(GTB)
@ OPATUUR (ondertussen een v.z.w.) organiseert voorlopig verder
concerten in de vertrouwde locatie (Citadellaan 17, Gent). Op de affiche in de
maand april staan Bart Maris & Lode Vercampt (20e), en Wang Wei duo samen met Marine Horbaczewski
& Emmannuel Baily
(27e). Uitzonderlijk concert op 13-04 in het Museum van Schone
Kunsten (MubArt
met Stefan Bracaval, Serge Dacosse, Jos Toral). Meer info via www.opatuur.be. (GTB)
@ En van de
evenementen waar je als jong beginnende muzikant je kans kan wagen is het festival
UN SOIR AUTOUR DU MONDE dat dit jaar plaatsheeft op 4 oktober. De geselecteerde
kandidaten krijgen niet alleen een plaatsje op het podium maar zullen tevens
terug te vinden zijn op een verzamel-cd. Het inschrijvingsreglement vind je via
www.brabantwallon.be/documents/actualites/reglementetinscriptionfestivalrock.pdf.
(GTB)
@ In
afwachting van het recensie-exemplaar toch maar al wat reclame maken voor de
debuut-cd, Delivery In A Fortnight. Singer-songwriter WIES, niet hij maar zij, presenteert dat debuut op 16 april in
Waterfront, Rotterdam (Boompjeskade 10-15). Met als invloeden Sheryl Crow en
Lucinda Williams, en een album dat in amper twee weken werd ingeblikt (dat heet
spontaan), zou deze Wies wel eens potten kunnen gaan breken. Wie de
cd-voorstelling niet wil missen gaat naar www.waterfront.nl.
(MN)
@ Nog
even aandacht voor het Zanzibara festival in het ZUIDERPERSHUIS te Antwerpen. Dit festival biedt een uitgebreider beeld
over de Swahili-cultuur in Afrika. Dinsdag 15 april start de hele zaak met een
filmavond (Les Routes Du Vent en Kusi),
woensdag 16/04 is er een culinair/literaire avond met Gne Bervoets en Lucas Catherine, donderdag 17/04 is het weer filmavond
met Poetry In Motion
en de laatste drie dagen is het al muziek wat de klok slaat. Op vrijdag 18/04
het Kilimani Qasida Ensemble (Zanzibar), zaterdag 19/04 Amina (Kenia) en zondag 20/04 Saida
Karoli
(Tanzania). Naar aanleiding van het festival is er ook een cd samengesteld met
artiesten uit de regio. Een zeer aanstekelijke cd die in het Zuiderpershuis
zelf te koop is voor de uiterst sympathieke prijs van 5 euro. Meer info op www.zuiderpershuis.be. (MN)
CAUGHT IN THE ACT
Steve Wynn – 02/03/08
– Arenberg Schouwburg, Antwerpen
Steve Wynn is een rocker pur sang. Is hij altijd
geweest, zal hij altijd zijn. Ook in een vrijwel akoestische setting is dat zo,
zoals deze niet ontoepasselijk genoemde Paisley Dreams Tour 2008 (ook European Acoustic Tour). Maar weinigen zullen gedacht hebben dat
Wynn hiermee zou gaan lopen, want wat blijft er van rocksongs over als de dBs
en de rollende, donderende ritmes weg zijn? Dat is dan pech voor de
criticasters want als je de teksten goed kan verstaan, blijkt plots dat Steve
over boeiende dingen schrijft. Zo is dat wanneer de songs vertrekken vanuit de
dagdagelijks opgebouwde levenservaring en dus worteling hebben in de eigen
cultuur, de eigen persoonlijkheid, de gebeurtenissen in de wereld en de
reflectie over de dingen des levens. Voeg daarbij dat de knusse Kleine Zaal van
de Arenberg Schouwburg (van Apen herinnert Steve zich vooral de ter ziele
gegane Pacific) een ideaal kader is: met zijn allen zaten we haast op zijn
schoot. Dat die wij bijna uitsluitend bestond uit fans, kennissen, vrienden
en wat men kenners noemt, kenners, enfin een gewillig publiek, is ook een niet
te versmaden plus.
En toch,
Wynn had het zich makkelijk kunnen maken door een set greatest hits af te
haspelen, een grote sing-a-long jamboree. Maar dan ken je de man niet. In de
eerste plaats wil hij zichzelf amuseren, door creatief wakker te blijven.
Daarvoor moet je af en toe eens achterom kijken om een stand van zaken te
maken, alles te herschikken en desgevallend een nieuw kleurtje te geven, een
nieuwe invalshoek te bedenken. Hij bracht daarom een waaier van soms minder
bekend, maar niet minder boeiend werk, dat zijn hele loopbaan overspande. Het
deed een beetje denken aan de round-up van Visitation Rights waarop hij veertien selecte
songs inzong met enkel Chris Cacavas op grand piano (2005). Daarbij keek hij
gewoontegetrouw niet op een nummer min of meer. We telden er achttien, maar
daar kwamen nog zeven bissen bij. Het schonk hem ook de gelegenheid er songs
in te schuiven die hij met band niet kn brengen, om allerlei redenen, en
daarom live nooit speelt. Ten slotte bood het hem de kans om de komende cd in
duo met Chris Eckman van de Walkabouts voor te stellen.
Voor
zon kleine setting heb je natuurlijk een verfijnd begeleider nodig. Die had
hij in de vorm van Robert Lloyd, ouwe kompaan die je ook weervindt op Fluorescent (94). De man speelt een aardig
stukje mandocello (of mandoline als u wil) en ook aan het klavier blinkt Lloyd
uit. Hij speelt piano zoals hij daar op podium staat: uiterst sober, maar
helder en klaar, alles op precies de juiste plaats, geen nootje te veel, geen
solomoment opeisend. Enkel als Steve hem bleef plagen reageerde hij met een
gortdroge opmerking (wanneer Wynn zei: Great to play that song, hey?,
antwoordde hij haast binnensmonds: You wrote it) of een paar aanslagen op de
keyboards waarbij hij wonderwel bekende tekenfilmfiguren, de Marx Brothers of
ander Hollywood gespuis evoceerde. Halfweg de set kwam Nederlander Erik Van Loo
het duo extra kleur en fond geven op de contrabas. Erik draait al lang mee met
de Blue Guitars (we zagen hem zelfs nog Joe Henry begeleiden eind 92 in de
Falstaff in Brussel). Erik was ook stand-in toen The Miracle 3 op Eurotoer
zonder bassist zaten. Dat deed hij zo goed dat hij sindsdien zijn vaste stek
heeft in de band van Steve Wynn.
Na een
paar songs was het duidelijk dat het concert ruim twintig jaar zou overspannen:
eerst Tears Wont Help,
opener van eerste solo-cd Kerosene Man (90), dan Daddys Girl uit de Dream Syndicate (DS)
tijd, in de hoogdagen van de Paisley Underground, en One By One van de eerste Gutterball plaat,
om bij Southern California Line uit te komen van Here Comes The Miracles (2001), die haar naam gaf aan
zijn begeleiders. Elke song kreeg een streepje uitleg, maar in het begin stak
Steve er vooral vaart in, om later wat breedvoerig te worden. Out Of The
Grey was een
uitstekende keuze uit het DS repertoire. Lloyd ging tekeer op zijn kleine
instrument waarna Steve silly vergelijkingen trok: Dat was net Marshall
Tucker of Free Bird van Lynyrd Skynyrd, enfin, n
derde ervan. Een stiller Layer By Layer (uit Fluorescent) vervolgt. In de naakte versie
van Something To Remember Me By (uit Kerosene Man) kwamen de bitterheid en de
wraakgevoelens van de song, geschreven na het enigszins roemloze einde van DS,
helemaal tot hun recht. Voor de eerste en enige keer nam Lloyd de elektrische
gitaar ter hand (Wynn blijft heel de set trouw aan zijn akoestische). Dat gaf
aan Crawling Misanthropic Blues (uit Here Come The Miracles) net dat tikkeltje vettige
punk/bluesrock gevoel, perfecte inleiding voor n van de songs die voor altijd
met DS verbonden zijn, Boston. Het valt toch op hoe in het beste werk van die band (van
Wynns hand) telkens vervreemding centraal stond. Dat geldt ook voor het
volgende Tell Me When Its Over, maar ook voor dat toppunt van alinatie Merritville, dat in de bissen opduikt.
Dan was
het tijd voor een handvol songs uit de cd met Chris Eckman, Crossing Dragon
Bridge. Dat een
artiest enthousiast is over de laatste cd die hij maakte, is maar normaal, maar
zijn geestdrift sloeg al snel over op het publiek, want de songs raakten meer
dan n gevoelige snaar: Love Me Anyway is genspireerd op de prent The Piano
Teacher. Punching
Holes In The Sky
heeft op cd naar verluidt acht strijkers: Lloyd op keys en Van Loo op zijn
gestreken bas gaven daar slechts een impressie van, maar de deun is zo sterk en
Wynns vertolking was zo pakkend, dat de song voor een first ongewoon veel
applaus meekreeg. Het was zowat het hoogtepunt van dit concert.
Wait
til You Get To Know Me
moest een song worden geschreven met een weirde vriend van hem maar
uiteindelijk gaat die song over die tot Joe gedoopte freak. Het betekende een
vrolijker intermezzo, en dat bleek nodig, want het daaropvolgende Manhattan
Fault Line is
geen geschiedenis om vrolijk van te worden, al is de situatie potsierlijk
genoeg: toen Wynn in 94 verhuisde naar New York na de grote beving in LA,
vernam hij dat zijn flat pal boven de grootste breuklijn staat van de hele East
Coast! Niet dat het hem veel doet: Im not afraid of earthquakes. Dat is zo
als je ze zelf veroorzaakt!
Wild
Mercury komt uit
de recente TickTickTick
(2005). Een tweede hoogtepunt werd het somber, broeierige The Deep End, waarbij Steve verklapte dat hij
in het huwelijk treedt met zijn fenomenale drummer en levensgezellin Linda
Pitmon. Het soort song dat ontstaat uit ruzies Dan wil ik wel elke dag ruzie
maken! Dat heet dan liefde voor muziek, Steve? De set piekt met Days Of
Wine And Roses
(DS, dus vervreemdend!) en Amphetamine (uit Static Transmission, 2003). Die laatste, bijna woeste
song komt voor in een nieuwe film waar een jongeman zegt: Its a song by Steve
Wynn Were gonna do it better! Steve is echter wt blij met de aandacht die
de song hem in eigen land geeft en gooide zich in de song na een welgemeend WE
are going to do it better!!!
De
eerste drie encores werden in trio gebracht: het vreemde Wired (uit Tick), de bijna gospel There Will
Come A Day (uit Here
Come) en The
Medicine Show
(van Live At Rajis
van DS) vormen een mooie waaier en het concert mocht hier gerust eindigen. Maar
de publieksreactie en het feit dat het bij Steve altijd wel kriebelt (als het
kriebelt, moet je splen) maken dat hij terugkomt voor een kampvuurronde,
alleen met de gitaar. Ons kon hij geen groter plezier doen dan die song te
spelen die hij anders nooit kan spelen omwille van het arrangement (op Sweetness
And Light is dat
met een tingel-tangel piano): If My Life Was An Open Book is wat ons betreft het derde
hoogtepunt van een intussen al onverwoestbare avond (maar dat is dan wel zr
persoonlijk). Merritville
slaat dan toe in al zijn dreiging: Theres a game they play in summertime,
theres a game they play when its hot outside, and I wonder why they left me
here in Merritville. Brrr
Hierna
komen er verzoekjes: Thats Why I Wear Black (hij was niet zeker dat hij de tekst nog
kende van die song uit Fluorescent, maar dat gaat wonderwel: dat heb je met goed geschreven lyrics)
en Bruises
(uit Tick)
besluiten de avond die wel nog wordt verder gezet in de foyer, want terwijl
Erik de platenstand openhoudt (altijd wat interessants en nieuws te vinden bij
een muzikale duizendpoot als Wynn, live cds, tour cds, cds in samenwerking
of horend bij n of ander project, enzovoort; de prijzen zijn zr
schappelijk), staan Steve en Robert de tientallen fans te woord. Dat heeft
wellicht nog een hele poos geduurd, want ook daar trekt de man tijd voor uit.
Niet
alleen muzikaal is Steve Wynn dus een lichtend voorbeeld. De dagen van de massa
bijeenkomsten met Dream Syndicate lijken voorbij (net als vriend Chuck Prophet
ook niet meteen heimwee meer heeft naar Green On Red). Dat is een bewuste
keuze: Ik zie Europa liever per trein met lap top en gitaar bij de hand, dan
in een dure limousine betaald door de platenfirma, zei hij toen we hem voor
het eerst aan de tand voelde ten tijde van Fluorescent, in de oude Cactus Club in
Brugge (nog in 1994). Het heeft van Steve Wynn een vrij man gemaakt. (AL)
THE
BOWMANS: Eeneiig,
maar duidelijk anders
Begin vorig jaar kwam ik in contact met
de muziek van de (toen) in New York City woonachtige tweeling Claire en Sarah
Bowman. De muziek kreeg mij binnen de kortste keren geheel in zijn macht, greep
me bij de strot, deed mij fluiten en meezingen. Grandioos, met name de nummers On
The Road, Make
It Last, The
Kitchen Song en Diggin
For Gold. Van de
12 nummers zijn er elf geschreven door Sarah, die duidelijk de meest muzikale
van de twee is. Het 12e nummer, Porker Song, is lang geleden geschreven door
Claire, die de administratie en de boekingen regelt. Lees mijn beoordeling er
maar op na (MMS 62). In juni 2007 waren ze voor de tweede maal in Nederland
voor een aantal optredens, onder meer op het intieme folkfestival Folk in de
Wlden bij Leeuwarden op 16 juni. Bij die gelegenheid sprak ik de tweeling na
hun geweldige optreden. Aangezien hun volgende toer in Nederland en omstreken
er aan komt (april) wordt het tijd om de lezers van MazzMusikaS nader te laten
kennismaken met de twee.
Hoe
het begon, jeugd en invloeden.
Geboorte
en jeugd zijn in Davenport, Iowa, in het midden van de USA, zon 250 km ten
westen van Chicago. Zowel vader als moeder hielden van muziek, maar wel van
verschillende richtingen. Moeder was erg genteresseerd in de politiek
gengageerde folk van de jaren 60 van de vorige eeuw, dus werd er veel
geluisterd naar o.m. Simon & Garfunkel, Woody en Arlo Guthrie, Pete Seeger
en Phil Ochs. Vader hield van muziek uit de middeleeuwen en de renaissance, hij
zong zelf Gregoriaanse gezangen. Beide smaken hebben veel invloed gehad op de
muzikale ontwikkeling van Sarah. Sinds hun vierde levensjaar zingen de zusjes
al samen en dat is op de bhne goed te horen, de samenzang is geweldig dank zij
die jarenlange training.
New
York en de antifolk beweging.
Tijdens
het concert vertelde Sarah dat The Bowmans deel uitmaakten van de antifolk
movement in East Village in New York. Deze beweging in de folkmuziek was mij
geheel ontgaan, dus vraag ik de dames ernaar. In eerste instantie levert dat
gegiechel op en de opmerking dat iedereen dat vraagt. Maar dan komt er een
hele heldere uitleg: in 1983 klopte ene meneer Lach (niet zijn echte naam) aan
bij de gerenommeerde folkclub Folk City in Greenwich Village (Manhattan) met de
vraag of hij er mocht spelen. De booker van de club stuurde hem weg, zijn
muziek was volgens deze man te punk. In die tijd moest je klinken als James
Taylor om een gig te krijgen in een club als Folk City. Het antwoord van Lach
was het openen van een eigen club een jaar later: The Fort in East Village. Zijn eerste
wapenfeit was vervolgens het organiseren van een festival op hetzelfde moment
als het New York Folk Festival, hetgeen hij doopte als The New York Antifolk
Festival. Van de
twee festivals wordt alleen deze laatste nog altijd gehouden. Een ander
belangrijk wapenfeit van Lach was de Antihoot (afkorting van antihootenanny), een
open-mike avond op de maandag en al jaren de grootste van New York. Een
populaire avond, waar iedere week zon 90 artiesten en groepen ieder twee
liedjes brengen (duurt tot in de vroege ochtend, waarna de overgeblevenen
getrakteerd worden op thee). En daar begon het dus voor onze tweeling. Antifolk
is volgens Sarah alles dat geen mainstream folk is en dus geen voorspelbare
songs kent, en daar passen wij heel goed in, aldus Claire. Overigens is onder
andere ook Michelle Shocked uit die antifolk-beweging naar voren gekomen.
De
debuut-cd Far From Home.
Op mijn
exemplaar van de cd staat het jaartal 2005, terwijl de cd pas begin 2007
officieel werd uitgebracht. Ik vraag naar het verhaal achter de cd. Sarah: de
cd is opgenomen in 2005, het heeft ons door omstandigheden een jaar gekost om
de cd op te nemen. Het begin was prima, opnames in de studio van een vriend in
Baton Rouge, Louisiana op een low-budget wijze. Maar onze moeder werd ziek,
kanker, en wij hebben haar een tijdje bijgestaan. Dit was in feite de oorzaak
van de grote vertraging. De afronding moest dan maar in New York plaats vinden
en dat bleek heel duur te zijn. Op een gegeven moment moest ik zelfs mijn
gitaar verkopen om een aantal exemplaren te kunnen laten maken. Dus heb ik een
flink aantal shows met een leengitaar moeten doen, hetgeen in New York gelukkig
niet zon probleem is. Op 31 december 2005 hadden we 300 exemplaren van onze cd
in handen en op 1 januari 2006 begonnen we aan een tournee door de States.
Claire: gelukkig verkochten we alle 300 exemplaren al tijdens die tour en
raakten we een tweede oplage van 1000 niet lang daarna ook kwijt. We zijn nu
aan de volgende oplage van 1000 bezig. Tijdens het gesprek komen we erachter
dat mijn exemplaar uit de eerste oplage van 300 stamt. Het artwork (Claire!)
van de huidige oplage is anders.
De
arrangementen en teksten.
Twee zaken vielen mij tijdens het
vele luisteren naar de cd op: de bijzonder fraaie arrangementen en sommige
teksten. Ik vraag eerst naar het hoe van de arrangementen. Op de hoes van de cd
staan drie namen vermeld: naast die van Sarah ook Eric Feigenbaum (tevens aanwezig op bas en
genoemd als producer) en Paul Johnson (meerdere instrumenten en productie). In
eerste instantie levert het stellen van de vraag weer gegiechel op. Dan komt
het verhaal eruit: de arrangementen zijn in feite van Sarah met wat hulp van de
andere twee. Vooral de inbreng van Paul Johnson op On The Road, Make It Last en Youre Right voor met name de gitaarpartijen
waren nuttig. De oorspronkelijke arrangementen voor On The Road van Eric waren te pompeus naar de
smaak van Sarah en werden voor het grootste deel niet gebruikt.
Wat
betreft de teksten valt met name Little Stories op waar in feite sprake is van 10 regels
die totaal niet rijmen. Weer is er gegiechel en nu als een soort vage
verontschuldiging. Gewoon een leuk experiment blijkbaar (het arrangement van
het liedje is buitengewoon fraai overigens). Diggin For Gold, over ervaringen uit de jeugd,
werd door Sarah geschreven om uit een dip te raken, veroorzaakt door de
vermoeidheid en de stress van het toeren. Sarah had na een intensieve tournee
bij haar moeder wat oude boeken zitten bekijken en toen ze een paar dagen later
thuis op een mooie zonnige dag met een deken en haar gitaar buiten zat kwam dit
lied eruit. Porker Song,
de afsluiter van de cd en de enige song van de hand van Claire, klinkt alsof
hij gehaald is van een oude taperecorderopname, maar is gewoon nieuw opgenomen
en zodanig behandeld dat het klinkt alsof het een oude opname is.
Toeren.
Het
harde leven van het toeren werd al gememoreerd. In 2006 hebben de dames negen
van de twaalf maanden getoerd, de laatste twee maanden van het jaar in Europa,
waar ze in totaal 35 shows hebben gedaan in de UK en Holland. Nu zijn ze voor
de tweede maal in Europa, straks, in september en oktober, is de USA weer aan
de beurt. Ze zijn vooral blij met Holland en Parijs, met name omdat hun muziek
daar zo goed ontvangen wordt. Holland is een prachtig land, het licht is er zo
mooi (niet voor niets waren er hier zo veel goede schilders) en het is zo
heerlijk vlak. Claire zou best in Parijs of in Holland willen wonen (momenteel
woont ze in Bern in Zwitserland, Sarah woont nog altijd in New York, uiteraard
is dit voor beiden maar een paar maanden in het jaar het geval). Financieel is
het toeren geen vetpot. In feite spelen ze quitte, ze kunnen er net van
rondkomen mede dankzij een prettig aantal gastheren en –vrouwen waar men
op gezette tijden kan overnachten en eten.
Toekomstplannen.
In de
eerste plaats zijn er vergevorderde plannen voor de tweede cd. Sarah heeft nog
maar n liedje nodig Maar uiteraard is het geld wederom een belangrijke
factor, de cd kan er in voldoende exemplaren komen als het geld ervoor is. Of
de tweede cd weer op het Mother West label uitkomt, is nog onzeker. Mother West
is n van die kleine labels dat geen geld besteedt aan het maken van de cds
maar wel de artiesten helpt via hun netwerk. Bovendien is de persoon die het
label runde naar Los Angeles verkast, dus onzekerheid troef. We wachten
(on)rustig af. Het slotakkoord is een verzuchting: we zouden zo graag een
manager, een booking agent en een publisher willen hebben.
De
Holland tour of 2008: 4 april Meeden, 5 april Leiden (De X), 6 april Haarlem
(De Waag), 6 april Amsterdam (KHL), 8 april Oentsjerk (Folk in de Wlden
concertserie), 10 april Gemert (De bunker), 11 april Scheemda (Geoplus), 12
april Nieuweschans ( De oude remise) en 14 april Edam (De harmonie). (FS)
Voor de
liefhebbers (en wie zou dat niet zijn): het volgende Folk in de Wlden Festival
is op 7 juni aanstaande. Ik houd jullie op de hoogte.
LASER OP
SCHERP
AASoundSystem / Laissez Faire /
New Saskatchewan NSR CD00206 (www.aasoundsystem.com)
Bij dit Canadese
trio draait alles rond gitarist/singer-songwriter Ayla Brook. Hij zette de groep
indertijd op poten en kreeg later het gezelschap van Marek Tyler (drums,
samples) en Lane Arndt (bas, toetsen, zang). Met het debuut Lily
PlainYoure Hardly Poor
(2004) oogstte de groep heel wat succes in het collegecircuit. Het vervolg,
deze Laissez Faire,
verscheen al in 2006 maar bereikt nu pas onze contreien. Onder het motto beter
laat dan nooit kunnen we dit werkstukje alleszins ten zeerste aanraden bij de
liefhebbers van electrorootsfolkpop. Onder de te vermelden referenties noteren
we o.a. Jayhawks, Neil Young, Wilco, John Prine, Jimmy Buffet en Sparklehorse
maar ook al eens Sean Tyla en Tom Robinson (in het stuwende Raw Joy). De meest elektronische kant
van de groep komt tot uiting in de rustige titeltrack en de afsluiter, Date
Palm, een nummer
dat in crescendo opgebouwd is en uiteindelijk explodeert in de nebula naast die
van Pink Floyd. Avontuurlijke Canadiana van het goede soort. (GTB)
Shane Alexander / The Sky Below /
BuddhaLand
(Lucky Dice)
Hoewel
Shane Alexander met deze cd al aan zijn vierde worp toe is, had ik nooit eerder
iets van de man gehoord, al kan ik me wel herinneren dat (GT) in een vorig
leven redelijk enthousiast was over Shane en vooral dan over zijn stem. Dat kan
ik, na meermaals luisteren naar deze nieuwe plaat, erg goed begrijpen. In
tijden waarin Jack Johnson en Damien Rice volkomen terecht overigens hoge ogen
gooien, zou het een schande zijn als hun Americana-neefje (want dat is Shane
Alexander), niet aan de bak zou komen. De man heeft een hemels mooie, wendbare
stem en schrijft daarenboven bijzonder fijne songs, die balanceren op de
scheiding tussen pop en Americana. Daar kun je ons nogal makkelijk mee
overtuigen, we bekennen. Mensen die iets te vertellen hebben en dat kunnen
verpakken in een mooie, glasheldere, goed gezongen melodie, dat noemen wij hier
doorgaans zangers. Shane Alexander is een Zanger en een hl grote. Als er
gerechtigheid bestaat, dan kom je s mans muziek binnenkort tegen op de n of
andere soundtrack van een TV-serie of film. Ik denk dat het een kwestie van
tijd is, vooraleer Shane Alexander de supersterstatus krijgt die hij verdient.
Veel informatie kreeg ik niet: enkel een schijfje zonder boekje of inlay, zodat
ik het raden heb naar mogelijke gastmuzikanten of -vocalisten. Erg is dat niet
echt: de plaat op zich is meer dan overtuigend genoeg: ze bevat namelijk
veertig minuten en tien tracks schitterende, hedendaagse muziek, met pareltjes
als Amsterdam,
Homesick en Feels
Like The End die
mijlenver boven elke middelmaat uit steken. (DH)
!!! MAZZMUSIKAS HATS
OFF: ALL HITS, NO MISSES
!!!
Nels
Andrews
/ Off Track Betting / Reveal 34 (Lucky Dice)
Het nieuwe album van
Nels Andrews begint met piepende en schurende snaren, gemengd met een geluid
dat doet denken aan een hond die tegen de maan huilt. Dan vallen de gitaren in,
en de warme, licht hese, plezierige zangstem van Andrews. Als je alleen die
gitaren en de zang zou horen zou je denken met een gewone, gemiddelde
singer-songwriter van doen te hebben. Bij Andrews wordt het allemaal net even
anders, juist door die effecten en arrangementen. Scherpe bekkens, vreemde
belletjes en schril gefluit, en dan wordt een nummer als Butterfly Wing ineens een
onheilspellend nummer, en krijgen teksten als Im as happy as a dog in the
yard iets dubbelzinnigs. Hier zingt iemand niet zomaar mooie liedjes, maar
wordt de luisteraar steeds op scherp gezet met broeierige en soms licht venijnige
muziek. Bijzonder, en spannend. Andrews maakt bovendien stevige, soms tegen
rock aanleunende rootsmuziek waar in n nummer strijkers gecombineerd worden
met scheurende rockgitaren en een luchtig tokkelende banjo (Rented White
Sedan).
Hij heeft een perfecte band ingehuurd en bovendien zingen AJ Roach en Ana Ege
mee. En, niet te vergeten: de liedjes van Andrews zijn zonder meer van topkwaliteit,
hij kan zich wat dat betreft meten met de grote jongens als Lyle Lovett en
Steve Earle. Kortom: een zeer, zeer mooi plaatje. (HM)
Blue
Baron
/ Broken Radio / Spann (www.spannrecords.com)
Douglas Grossman uit California
richtte het Spann Records label op als eerbetoon aan pianist en Muddy Waters
sidekick Otis Spann. Vervolgens ging hij op zoek naar muzikanten in het blues-
en rockgenre die bereid waren met hem in zee te gaan en hun cd's op zijn label
uit te brengen. Douglas kwam bij Blue Baron terecht. Officieel heet hij Baron
Phelps, geboren en opgegroeid in de South Side of Chicago en momenteel
opererend vanuit San Fernando, California, alwaar hij in de omgeving menige
bluesclub onveilig maakt. Of Otis Spann gelukkig is met de keuze van Douglas
Grossman om Blue Baron cd's uit te brengen op zijn Spann Records label durf ik
sterk te betwijfelen, maar we kunnen het hem niet vragen want hij is er al lang
niet meer. Blue Baron is een powertrio dat voornamelijk grossiert in bluesrock
en met Broken Radio aan
zijn tweede cd toe is. In 2002 verscheen Out Of Blue. Op Broken Radio krijgen we hoofdzakelijk 70ies
getinte bluesrock geserveerd met een flinke scheut straighte rock en wat funk.
Zoals gebruikelijk bij deze jongens komen de namen Jimi Hendrix en Harley
Davidson geregeld opduiken. Wat mij betreft hoor ik weinig nieuws maar dat is
inherent aan het genre en zijn veel van de songs hier onderling inwisselbaar.
Ik heb mijn best gedaan, ben pas na drie beluisteringen in slaap gevallen, en
heb besloten dat de songs Woman So Fine (She Got Me), bluesy/funky van inslag, en I'm
The Fool, een
soulful getinte slowblues, geen onaardige songs zijn. Geef mij echter eerlijk
gezegd toch maar The Red Baron. Eer ze die uit de lucht gekregen hebben... (BV)
The Brandos / Town To Town, Sun
To Sun / Blue Rose BLU DP0439 (Sonic Rendezvous)
Dat Dave
Kincaid n van de hardest workin men in rock is, mag voor de modale
medemens geen verrassing meer zijn. Zowel op plaat als live geeft hij zich
telkens weer voor de volle honderd procent en op die manier heeft hij in de
voorbije paar decennia een schare bijzonder trouwe volgelingen achter zich
weten te verzamelen. Het lijkt mij dat het nieuwe boxje vooral gemaakt is om
die trouwe fans te plezieren. Twee live cds, beide opgenomen in Duitsland in oktober
2007 en daaraan gekoppeld een live dvd van beide concerten, alles samen goed
voor bijna vier uur kijken en luisteren. Bij een Brandos-concert gebeurt er
eigenlijk niet zo heel veel op het podium: Kincaid en zijn maats (ouwe getrouwe
Ernie Mendillo op bas, Ziga Stanonic op gitaar en Patrick Fitzsimmons op drums) zijn werkmensen, die heel
ernstig met hun job bezig zijn. Verwacht dus geen vliegende varkens, dansende
deernes of wervelende lichtshows, nee: dit is rechttoe rechtaan rock-n-roll
uit de oude doos. Dat is de kracht van The Brandos en tegelijk ook het heikele
punt. Als je, zoals ik, weliswaar een grote dosis sympathie koestert voor de
band, zonder dat je jezelf een fan kunt noemen, dan is de dosis die je hier
aangereikt krijgt toch wel een beetje moeilijk te verteren. Daarvoor lijdt de
muziek van The Brandos een beetje aan het teveel van hetzelfde-syndroom:
solide drums, degelijke bas en daar doorheen de scheurende gitaarsound, waar Kincaid zijn vocalen
bovenop legt. Allemaal geweldig sympathiek, maar zeker niet van het
allerhoogste niveau. De prijsbeesten zijn al jaren dezelfde: Anna Lee, Shes The One, Pass The Hat, Gettysburg Leuk om nog maar eens in huis
te halen, maar dan wel alleen voor de grote fans. (DH)
Brussels Jazz Orchestra / The Music
Of Michel Herr / W.E.R.F. (AMG)
Een bigband werkt volgens
welbepaalde structuren. Het is de kunst natuurlijk om binnen dat vast omlijnde
kader origineel uit de hoek te komen en je publiek telkens te verrassen. Het
BJO is daar ondertussen groot mee geworden en dat door een even simpele als
ingenieuze methode: nodig een inventieve componist/arrangeur/bandleider uit of
ga de confrontatie aan met een spelbepaler uit een totaal ander domein. In deze
laatste categorie blijft de cd Dangerous Liaisons met Royal Flemish Philharmonic een hoogtepunt.
In de andere categorie werd nu ook Michel Herr toegevoegd, een oude bekende
voor het gezelschap. Deze samenwerking levert ons een uitstekende cd zij het
echter zonder echte verrassingen. De kwaliteit van het aangeboden werk staat
buiten kijf en het is alvast een meer dan interessante luisterervaring om de
hier gebrachte versie van Celebration Suite eens te vergelijken met die op The
September Sessions
of BJOs bewerking van Pentaprism tegenover die van de ACT Big Band te plaatsen. Alles werd
opgenomen in slechts twee en een halve dag met vooral opmerkelijke solopassages
van Kurt Van Herck (Extremes, Multributes). Met andere woorden, professionaliteit en kwaliteit zijn
weer alom tegenwoordig. En natuurlijk is het een meer dan verdiende ode aan
Michel Herr als componist voor bigband. Belangrijk is dat het BJO vooral ook
live heel sterk is. Hopelijk tot in de zomer op een of ander festival met dit
programma. (GTB)
Byrdjones / Radio Soul
/ Eigen Beheer (www.dianajonesmusic.com)
Byrdjones is het
samenwerkingsverband tussen singer-songwriters, folk/countryzangers Diana Jones
en Jonathan Byrd. Op haar laatste doortocht in de AB Brussel kreeg ik een
exemplaar te pakken van hun Radio Soul project. Volgens Diana gaat het hier om
een tussendoortje. Een tussendoortje? Daar heb ik toch mijn bedenkingen bij.
Het mag dan nog op een blauwe maandag ergens in Nashville op 7 uur tijd
opgenomen zijn, de muzikale klasse druipt er van af. Met My Remembrance Of
You, haar eerste
cd, had Diana Jones ons al met verstomming geslagen. En haar optredens in de AB
met Richard Thompson en Catherine Feeny konden ons ook uitermate bekoren. Deze
Byrdjones cd is niet zomaar een tussendoortje. We krijgen elf knappe
country/folksongduetten cadeau. Prachtige vocal harmony zang die aan Gram
Parsons en Emmylou Harris of The Carter Family doet denken. Daarvan vinden we
de A.P. Carter classic Blue Eyes op deze cd terug. De overige tien songs zijn van eigen
makelij en daar zit heel wat fraais tussen zoals het folky Poorboy, Maryville, de old-time countryblues Thart
Better Day, het
fraaie Velma
en mijn favoriete song Orphan's Home, dat naast het beste van Mary Gauthier,
Iris Dement of Gillian Welch kan staan. Een tussendoortje? Vergeet het maar.
Wie Diana Jones samen met Mary Gauthier (niet te missen volgens BV) aan het
werk wil zien, rept zich komende maand naar volgende locaties: 17 april
Handelsbeurs Gent; 18 april Mezz Breda; 19 april Blue Highways festival
Utrecht; 20 april Oosterpoort Groningen. (BV) PS. De officile tweede Diana
Jones cd verschijnt ergens in het najaar.
Bob Cheevers / Fionas World /
Eigen Beheer
(www.bobcheevers.com)
Ik weet
niet zo goed wat ik moet beginnen met deze nieuwe van Bob Cheevers. Ik hou van
s mans muziek, van zijn songschrijverkwaliteiten en van de manier waarop hij
de dingen weet te verwoorden. Niet voor niets won Cheevers de songschrijverwedstrijd
van Kerrville en werd hij door Johnny Cash persoonlijk gevraagd om op diens
laatste tournee het voorprogramma te verzorgen. Dat zijn dingen waar je mee
kunt uitpakken en die best indruk maken op je curriculum. De dertien nummers
tellende cyclus onder de titel Fionas World
lijkt het middel te zijn, dat Cheevers gebruikt om een liefdesverhaal af
te sluiten of althans het een plaats te geven. Tien echte songs en drie
zogeheten interludiums moeten ons een inzicht geven in de persoonlijkheid van
Fiona, de wereld waarin zij leeft en in de moeite die de auteur doet en gedaan
heeft om zich een plaatsje te verwerven in die wereld. Tot daar de
uitgangspunten en tot daar ook het objectief goede nieuws, want de wereld van
Fiona is bevolkt met vreemde mensenwezens, die geschaafd en gescheurd zijn door
het leven. Dit is dus een plaat waar je allerminst vrolijk van wordt en die je
zeker niet zult opzetten als het eventjes wat minder goed gaat. Dat doet
natuurlijk niets af van Bobs vakmanschap: hij zit al vijftig jaar in het op n
na oudste beroep ter wereld en hij kent de stiel dus door en door. Men zegt wel
eens dat deze of gene zanger zelfs de telefoongids boeiend kan doen klinken en
dat is een boutade die zeker opgaat voor Bob Cheevers. Hij behoort tot de absolute
top van het songschrijvergild, maar de personages waar hij het over heeft,
worden met de plaat meer zwartgallig en onbereikbaar. Op deze nieuwe is t niet
anders en ik moet u dus waarschuwen: dit is een prachtige plaat, maar wie ze
wil beluisteren, doet dat op eigen risico, want ze kan geen mens onberoerd
laten. (DH)
Justin Townes Earle / The Good
Life / Bloodshot BS 151 (Bertus)
Een cd van de zoon van creert natuurlijk een verwachtingspatroon dat niet zo
realistisch is. Trouwens, wat vermag iemand van 25 jaar al te presteren wanneer
je het gebrek aan ervaring in ogenschouw neemt. Ongeremde bruisende jonge
energie is dan weer het grote voordeel De cd begint met een paar leuke, vlotte
stukjes: Hard Livin,
onvervaarde swing die je terugvoert naar de jaren 40, 50 Dit blijkt echter
geen staalkaart te zijn voor het verdere verloop van de cd. Nummer twee, The
Good Life, zet
de plaat pas echt op het juiste laidback swingspoor. En vanaf nummer drie Who
Am I To Say bewijst
hij zich eveneens als een vaardige songsmid met een aangename warme stem. De
zoon van Steve Earle laat inderdaad merken dat hij met de juiste muziek is
opgegroeid. Desondanks maakt hij toch een heel ander soort
singer-songwriterstuff dan zijn bekende vader. Soms hoor ik flarden Charlie Robison
(vooral op Turn Out My Lights en Lonesome and You ), Todd Snider en Shake Russell met leuke
niet te moeilijke melodien die door het aangename stemgeluid van Justin Townes
steeds naar een hoger niveau gezongen worden. In de buurt van Townes Van Zandt
zelf komt hij van moment tot moment. Zo
zou het slotnummer (er staan er helaas maar tien op de cd) Far Away In
Another Town
niet misstaan op een plaat van zijn vader. Alhoewel zowel zijn voor- als
achternaam de beste
singer-songwriterenergie zou mogen doorgeven, heeft deze jongen nog wat tijd
nodig. Ik twijfel er echter geen moment aan dat hij grootse dingen gaat doen op
muzikaal gebied. De plaats van opname (House of David Studios, bekend van o.a.
Neil Young) en de mensen die de cd produceten (Billy Joe Shaver, Sonny
Landreth) dragen hier in elk geval bij tot een erg goede folk-en rootsplaat.
Nice. Very nice! (LL)
Farmers Market / Surfin USSR /
Ipecac Recordings (Bang!)
Het antwoord van
deze Noorse groep (opgericht in 1991 volgens de officile bio) op Zappas
existentile vraag Does Humour Belong In Music? lijkt overduidelijk. Voeg
daar aan toe dat op de hoes vermeld staat dat alle composities van
Lenin/McCarthy zijn behalve deze met een * ernaast en er geen andere zijn, dan
weet je hoe laat het is. Titels als Traktor Tracks Across The Tundra, The Dismantling Of The
Soviet Onion Made Us Cry
en Meanwhile Back At The Agricultural Workers Collective maken het plaatje compleet.
Muzikaal vertaalt dit alles zich in een absurde mix waar we aanknopingspunten vinden
met de werelden van Alan Vega, Jaune Toujours, Martin Denny, Aka Moon, Ialma,
Le Mystre Des Voix Bulgares, String Cheese Incident en Thase kitschpop.
Kortom, wereldmuziek met een hoekje af maar naar het schijnt live een heuse
belevenis. (GTB)
Tom
Feldmann & The Get-Rites / Side Show Revival / Magnolia Recording
Company MRC 003 (www.magnoliarecording.com)
Tom Feldmann & The Get-Rites
zijn een driekoppige formatie, afkomstig uit Minneapolis, Minnesota. De maatjes
van Tom, die de zang en resonator/dobro/slide voor zijn rekening neemt, zijn
respectievelijk Jed Staack op drums en Paul Liebenow op staande bas. Wat ze ons
voorschotelen is een portie onvervalste gospelblues die klinkt alsof het hier
oude 78 toeren opnames betrof uit de jaren 30-40. We bevinden ons echter wel
degelijk in het jaar 2008. Hun roots liggen dus duidelijk ergens in het begin
van de vorige eeuw en ze hebben ongetwijfeld naar een pak countryblues mannen
en reverends uit die tijd geluisterd. Het is al The Lord en Jesus wat de
klok slaat. De songtitels liegen er niet om: Converted, Jesus, Magdalene, Save Us All, Redeemed, Old Time Religion... I'd rather have Jesus than
silver and gold, Come and give your life to Jesus... Dit alles verpakt in
American folk, old-time music, countrygospel, countryblues, gospelblues en
akoestische blues. You get the picture. Alle songs zijn van eigen makelij op
een bewerking van Wonder What They're Doing In Heaven Today na. Tom Feldmann is een meer dan
degelijke zanger en een voortreffelijke slidegitarist en fingerpicker. In het
najaar zouden deze heren naar Europa komen. Niet te missen zou ik zo
zeggen. I'm already converted to
the music of Tom Feldmann & The Get-Rites. Nu u nog. Praise the lord. Hallelujah!
(BV)
Peter Gallway / One Summer Day (A
Long Time Ago In 1976) / Crooked Cove CC75707
Peter
Gallway / Rhythm & Blues / Crooked Cove CC75700 (www.petergallway.com)
Peter Gallway was in zijn beginjaren lid
van The Strangers, maar niet die van Aantwaarpe, wel van New York, zijn
thuisstad. In 1969 al kwam zijn eerste LP daar aangerold, Fifth Avenue Band, ook de naam van de formatie die
af en toe in zijn loopbaan weer opdook. De man was blijkbaar constant bezig als
singer-songwriter, als producer en studio-eigenaar (Gallway Bay Music Production),
dan wel vanuit Maine, en dat onverminderd tot op de dag van heden. Hebt u nog
nooit van de man gehoord, dan is dat geen wonder: hij werd vooral op handen
gedragen door andere muzikanten, al scoorde hij blijkbaar erg goed in Japan.
Als producer nam hij meer dan vijftig platen en projecten voor zijn rekening.
De bekendste zijn dan wel Laura Nyros Angel In The Dark, de tribute Time And Love:
The Music Of Laura Nyro,
met o.a. Rosanne Cash, Jane Siberry en Patty Larkin en Bleecker Street:
Greenwich Village In The 60s,
met Chrissie Hynde, Marshall Crenshaw and Suzanne Vega. In 2007 bracht hij twee
cds uit. Maar er zit wel dertig jaar tussen de opnames! Rhythm & Blues vertelt in tien songs waar Peter
Gallway anno nu staat: het werd een fraaie collectie spaarzaam ingekleurde,
intiem zoemende liedjes, die qua sound en structuur sterk doen denken aan John
Martyn. We Were Meant To Be Lost is een beauty, ook Jamaica Knows, het erg Martynsiaanse Shes
Just Moving On
en de perfecte afsluiter Ghost Who Dreams mogen de hoogtepunten heten van deze
bonsaiplaat. One Summer Day
is dan weer een speciaal geval. In de seventies trad Peter vaak op met een
andere fluwelen en veelgecoverde singer-songwriter van stand, Larry John
McNally (bezige bij; denk aan prima platen als Vibrolux en Dandelion Soul). In juni 1976 nam McNally met
een bandopnemer bij hem thuis in Portland, Maine, negen songs op van Peter
Gallway. Die tapes lagen te verkommeren in de kelder van Larrys broer, tot hij
ze daar herontdekte in 2003. De gedigitaliseerde songs bewijzen dat s mans
zang- en gitaarstijl en wijze van componeren op dertig jaar tijd nauwelijks
veranderd is. Wie houdt van One Summer Day, moet dit fijn reliek uit een grijs
verleden zeker ook eens proberen! (AL)
The Garifuna Womens Project / Umalali /
Cumbancha
(Munich)
Het was bij zijn passage in het Antwerpse
Zuiderpershuis, vlak voor zijn dood, dat de betreurde Andy Palacio ons wees op
het project waar hij en zijn backingzangeressen mee bezig waren en waarvan de
neerslag vandaag voor ons ligt. Een verzameling van een dozijn songs,
ingezongen door zangeressen van alle leeftijden en allerlei herkomst en
begeleid door de Garifuna Collective. Wat je krijgt, is een erg fijne cocktail
van allerhande stijlen, waarin telkens weer een flinke dosis soul en
joie-de-vivre de hoofdmoot vormen. De dames kunnen stuk voor stuk een aardig
stukje zingen en hoewel ik geen jota begrijp van wat ze precies vertellen, voel
ik me wel degelijk aangesproken door de manier waarop ze hun ding doen. Dit is
het soort muziek, waarvoor de term aanstekelijk is uitgevonden: je krijgt zin
om te dansen, om plezier te maken, om de grijsheid van de Lage Landen achter te
laten. In een sobere maar efficinte productie van Ivan Duran, zorgt dit
plaatje voor een veertig rijk gevarieerde muzikale muziekminuten. Je herkent
soul, rumba, zouk en nog wat Afrikaanse stijlen en je voelt je vooral erg blij,
bij het beluisteren van deze plaat. Als van de heren radiomakers nu ook eens
iemand zijn promo-exemplaar echt zou beluisteren, dan werden Mrua en Barubana Yagien geheid wereldhits. Gevonden
vreten voor mensen die al eens over de grenzen heen durven te kijken! (DH)
!!! MAZZMUSIKAS HATS
OFF: ALL HITS, NO MISSES
!!!
Benjamin
Herman
/ Campert/ Doxrecords Dox 040 (www.benjaminherman.nl)
Benjamin Herman is de onbetwiste opvolger
van Piet Noordijk, hoewel die nog steeds actief is. Herman is een altist van
wereldklasse. Behalve met zijn uiterst succesvolle New Cool Collective en de
NCC Big Band maakte Herman albums met uiteenlopende artiesten als Stan Tracey,
Mischa Mengelberg en Han Bennink. Zijn spel is onmiddellijk te herkennen aan
zijn felle bite en brutale
stijl, vergelijkbaar met dat van Cannonball Adderley en vooral op deze cd met
Gary Bartz. Hier laat hij zich meer van zijn lyrische kant horen, hetgeen te
maken heeft met de inspiratiebron van deze muziek: Remco Campert, n van de
vijftigers, net zoals zijn vriend, de onlangs overleden Hugo Claus. Het begon
met het verzoek om een soundtrack te schrijven voor de documentaire Campert,
De Tijd Duurt n Mens Lang. De drie stukken hiervoor staan ook op deze cd,
maar het idee beviel zo goed dat er tien extra stukken werden opgenomen. Het
resultaat is fenomenaal, Herman en ook pianist Gideon van Gelder zijn enorm op
dreef, maar de hele groep klinkt als een eenheid (verder nog Sean Fasicani en
Kasper Kalf op bas en Joost Kroon op drums). Prachtige arrangementen en fraaie
composities, kortom een cd die in geen jazzcollectie mag ontbreken. Campert
zelf is ook nog te horen op de typemachine (!) en met een vocale bijdrage. En
van de beste jazz cds van 2007, niet op mijn lijstje omdat ik hem pas dit jaar
hoorde. (JvL)
Kawada / Shaving Your Beard
On A Nice White Cloud / Keremos (LCMusic)
Met dergelijke
cd-titel en nummers die titels meekregen als Creating A Bigger Boat, Cruel Tree, Corrugated Board en Frozen Farms lijkt het wel of we in het
psychedelisch wereldje van de sixties verdwaald zijn. Dit is echter Belgisch
anno 2008. Het Brusselse Kawada heeft ondertussen al naam gevestigd via fel
geapprecieerde demos die hen vooral het peterschap van de AB opleverde
(lees: uitbrengen van de eerste EP) en de appreciatie van Mijnheer Raymond.
Muzikaal ligt Shaving
ontegensprekelijk in het verlengde van wat de fel ondergewaardeerde The Same
ooit deed (vooral het epische karakter) en de experimentele spielereien van
dEUS en Zita Swoon. Dit is dus zeker geen cd om even tussendoor te beluisteren.
Het vergt van de luisteraar de nodige aandacht en interesse. Wie niet
terugdeinst voor songs boordevol uiteenlopende invalshoeken en complexe
tempowisselingen getekend door een donkere speelsheid heeft hier een hele kluif
aan. Op 27 april live in de AB en ook tijdens de 1 mei-feesten op een podium in
Brussel. (GTB)
La Jambre / Las Lunas De
Astart / Bujio Producciones (www.lajambre.com)
Uit de
regio Andaluca, het zuidelijkste Spanje dus, krijgen we dit fraai uitgegeven
werkstukje toegestuurd. La Jambre is een achttal rond multi-instrumentalist
Jos Cabral en het specialiseert zich in het heropvissen van oude, traditionele
muziekjes, gaande van echte dansmuziek, tot processieliederen, die middels
rijke ritmes en veelgelaagde instrumentatie nieuw leven ingeblazen worden. De
themas die bezongen worden zijn verwacht en gekend: de natuur, de liefde, het
leven. De melodien klinken volks, maar worden opgeleukt met jazzy of bijna
klassieke strijkersarrangementen, scheuten flamenco, fijne percussiepassages en
solos van instrumenten waar je de naam niet eens van kan spellen. Dat er,
gelet op de ligging van Andaluca, ook al eens een dosis Noord-Afrikaanse
invloed te horen is, mag ook al geen verbazing wekken. Enfin, dit is een heel
leuke folkplaat, waar je wellicht in je plaatselijke dancing niet meteen zult
mee scoren, maar die je in huiselijke kring menig plezant moment kan bezorgen:
loepzuiver gespeeld (de acht bespelen samen meer dan dertig instrumenten!),
knap geproduceerd en schitterend gepresenteerd. Veel meer kun je
redelijkerwijze niet verwachten. (DH)
Mars Arizona / Hello Cruel World
/ Big Barn
(Sonic Rendezvous)
Mars
Arizona is eigenlijk het singer-songwriterduo Paul Michael Knowles en Nicole
Storto uit California. Op deze, hun derde cd, is het grotendeels de groep
studiomuzikanten die voor de kleur zorgt. Opgemerkte interventies zijn er van
pedal steelgitarist Al Perkins en de grote David Dawg Grisman op mandoline
(en diens zoon Sam op bas). De eigen songs geven een ironische kijk op wat er
allemaal misloopt in zowel de persoonlijke als de maatschappelijke omgeving.
Genspireerde covers van Neil Youngs Time Fades Away, T-Rex' By The Light Of A
Magical Moon, de
folk klassieker In The Pines of het van Loretta Lynn bekende Blue Kentucky Girl bewijzen dat het duo van heel
wat markten thuis is. Knowles en Storto zijn niet de geweldigste zangers, maar
hun zoetzure harmonien werken wel voor dit materiaal en de ganse plaat ademt
een coherente en eigenzinnige sfeer. Een meesterwerk is dit allerminst, maar in
het Americana genre dat tegenwoordig meer amateuristische flauwekul dan
interessante muziek voortbrengt, mag deze Hello Cruel World gerust een pluim krijgen als n
van de beteren. (RD)
Mpemba Effect / Presents Ambient
Afrique / Afrosoniq ACM-CD0041 (Xang Music Distribution)
Heel af en toe wordt het leven je als
recensent redelijk gemakkelijk gemaakt en vandaag is zon moment: de titel van
deze plaat zegt alles wat je ervan mag, kan en moet verwachten. Dit is een
verzameling (Zuid-)Afrikaanse songs, bijeengeschreven door het duo Garrick van
der Tuin en Gavan Eckhardt, die door het leven gaan als Mpemba Effect. Met de
hulp van een zestal fijne collegas uit de jazz, presenteren zij ruim zeventig
minuten muziek, waar zij zelf de ondertitel The Art of Chilling aan meegeven.
Dat is het dus helemaal: muziek voor chillers, thuis en daarbuiten. Muziek als
behang, die nergens stoort maar ook zelden opvalt. Ik heb het daar soms een
beetje moeilijk mee en het is ook niet meteen te omschrijven wat mij precies
stoort (als dat het geval is). Dit is gewoon muziek voor bij de open haard of
in een rustig caf: de beats zitten goed, de melodietjes zijn ok, maar verder
is dit, jammer genoeg, een beetje het ene oor in, het andere weer uit. Op
zich is er absoluut niks mis met deze plaat, maar het soortelijk gewicht ligt
toch wel aan de erg lage kant. Ik wil muziek die me bij de nek grijpt en dat is
wat anders dan muziek die stiltes opvult. Anderzijds kan ik me voorstellen dat
een nachtelijke autorit best wel aangenamer wordt met deze muziek erbij. (DH)
Naughty Jack / Good Times / Wang
Dang Doodle WDD01 (www.naughtyjack.co.uk)
Naughty
Jack, een Engelse muzikant die in het gewone leven Adam Morley heet, debuteerde
onlangs met Good Times. Na
vele muzikale omzwervingen sloot hij zich in 2007 een paar dagen in het Peak
District op.
Het huis sneeuwde in en een fles Laphroaig zou voor de nodige inspiratie moeten
zorgen. Het eindresultaat: 10 sober genstrumenteerde liedjes, die later in een
studio nog een beetje bijgekleurd werden door een bassist. Vanaf het begin is
duidelijk dat Naughty Jack een fantastische dobrospeler is. Zijn spel is
kleurrijk, inventief en nogal bluesy. Enige gelijkenis met Bob Brozman roept
hij op. Zijn liedjes zijn kleine simpele miniatuurtjes met vrij directe teksten
over het alledaagse leven. Meest opvallende songs zijn de titeltrack en het
melancholische Work. Helaas
staat Naughty Jacks zang in schril contrast met zijn sprankelende spel op de
dobro. Dat is heel erg jammer, want zijn beperkte monotone stem gaat mij op den
duur tegenstaan. (PJ)
Old Reliable / The Burning Truth
/ Saved By Radio SBR 1413 (www.cdbaby.com)
Old
Reliable zijn Canadese rootsrockers uit Edmonton, Alberta, die al een decennium
aan de weg timmeren. Deze plaat, hun vierde, dateert reeds uit 2005 en
combineert fuzzy gitaren, Hammond, keyboards etc... met de beperkte zangstemmen
van songschrijvers Mark Davis en Shuyler Jansen. Ik hoor wat Green On Red, wat
Crazy Horse, wat Ramones, wat country... maar eigenlijk hoor ik vooral matige,
ja zeurderige alternatieve rock en tweederangs songs. De cd werd ingeblikt in
Calgary, zeer ver weg van de bewoonde wereld welhaast, en wie weet wordt ginds
deze combinatie van van alles wat wel beter gesmaakt. Hier bij ons noemen we
dit echter vis noch vlees en we zaten er dus niet echt op te wachten. (RD)
!!! MAZZMUSIKAS HATS
OFF: ALL HITS, NO MISSES
!!!
Olla
Vogala
/ Marcel / Homerecords.be 4446043 (AMG)
Ik heb het altijd al geweten: er is iets
tussen Olla Vogala en de vissen. Niet dat ik ooit veel moeite gedaan heb om te
achterhalen wt het precies is, maar het valt wel op. Bijvoorbeeld op het
prachtige artwork waarin de n-de Olla Vogala plaat gestoken is, maar ook in het
inleidende stukje dat je in het bijhorende boekje vindt. Enfin bref, we zouden
het hebben over de muziek op deze nieuwe plaat. Daarover zijn we snel
uitgepraat: onze kast met superlatieven is namelijk niet zo rijk gestoffeerd
als we zelf wel zouden willen. U begrijpt wat we bedoelen? Ok, dan nu ter
zake: Soetkin Baptist (wat lijkt ze toch goed op Goedele Liekens als ze een
beetje afwezig kijkt) heeft ondertussen school gemaakt als TV-ster bij Ishtar,
maar wat belangrijker is: hier demonstreert ze voluit haar onbeperkte vocale
mogelijkheden. In Al die Woorden Heb Ik Gestolen bijvoorbeeld, is ze
bijzonder acrobatisch bezig, zonder vangnet, maar ook zonder ongevallen. Naast
het feit dat Soetkin uitgebreid op de voorgrond treedt, verwelkomen wij de
terugkeer van onze meest favoriete zanger, Ludo Vandeau (zij het op slechts n
nummer), en het feit dat Olla
Vogala nog meer veelzijdig uit de hoek komt dan vroeger ooit het geval was. Nu
eens denk je aan de Koyanisqatsi-soundtrack van Philip Glass, dan weer loert
Simon Jeffes Penguin Caf Orchestra om de hoek. Nu eens hoor je onvervalste
tango, dan weer het mijmerende minimalistische dat je ook bij Einaudi vindt.
Dit is kortom een plaat die evenveel jazz en wereldmuziek in zich heeft als
folk. Het maakt van Olla Vogala de supergroep die het al jaren is, maar Marcel
is
wel met voorsprong het beste wat we hen ooit hoorden spelen, en dat wil nogal
wat zeggen. Onmisbaar. Punt! (DH)
Tom Poisson / Tom 3-Riche
Millions / Nave (PIAS)
Tussen de massa
artiesten die in Franstalige delen van de wereld succes oogsten maar bij ons
totaal onbekend blijven, zit er deze rare jongeman die een duidelijk gevoel
heeft voor surrealistische humor. Tom 3-Riche Millions is het vervolg op Tom Poisson
Fait Des Chansons
en Tom Poisson Fait Des ChansonsTom 2. Hij heeft dus duidelijk iets met
vissen. Bovenal heeft hij iets met taal want zijn woordspelingen klinken
bedrieglijk eenvoudig maar verbergen wel een heel andere wereld dan je bij de
eerste luisterbeurt zou denken. Achter de humor zit melancholie verborgen of
ook omgekeerd. Muzikale inkleuringen gebeuren door middel van een halve
muziekwinkel (bandoneon, glockenspiel, violen, piano, trombone, orgel).
Onwillekeurig moeten we denken aan de fantasievolle werelden van Pascal
Comelade maar ook aan Alain Souchon, Pierre Perret, Nino Rota en Le Chat van Philippe Geluck. A
dcouvrir. (GTB)
Don Michael Sampson / Off The
Rails / Eigen Beheer (www.donmichaelsampson.com)
Er was
een tijd dat deze schitterende songsmid aan het Newman syndroom leed, want 4
platen uitbrengen op 17 jaar tijd, deed de vergelijkingen met Randy alle eer
aan. Eind jaren negentig veranderde Don Michael het geweer van schouder en,
alsof hij een oliebron had aangeboord, volgde de ene cd de andere op (zelfs
soms met twee tegelijk). De enige vraag die we ons sindsdien hoefden te stellen
was of Sampson een beroep zou doen op een trouwe schare vrienden/muzikanten
(zoals op zijn laatste twee albums Sunset Ride en Shadow Horses) of hij zou kiezen voor een meer
sobere aanpak en alles zelf in elkaar ging knutselen. Gezien de inhoud van de
meeste van de songs op deze nieuwe cd, viel de keuze op de doe het zelf techniek,
waarbij de artiest alle instrumenten zelf inspeelt, alle stemmen voor zijn
rekening neemt en zelf zorgt dat de productie af is. Sampson hekelt, zoals
voorheen, zijn Amerika in al zijn facetten, waarbij vader en zoon Bush, in de
zachtjes rockende opener Rocking The Nation, niet worden gespaard. Ook de titeltrack
Off The Rails vertelt
het schrijnende verhaal van een oud vrouwtje dat, met het weinige geld dat ze
nog over heeft, naar de supermarkt gaat en daar, wegens geldgebrek, moeilijke
keuzes moet maken dit terwijl de Amerikaanse politici grote sier kunnen maken.
Hoop doet echter leven zegt het spreekwoord, en dat verhaal wordt verteld in
de akoestische ballad Fields Of Faith, die het land en zijn bevolking bezweert
de hoop niet op te geven en te geloven in de toekomst. Alle rootsy stijlen, van
akoestische folk, blues, americana, bluegrass, banjo fingerpicking komen aan
bod, met een lichte voorkeur voor de prachtige ballads waarin vooral de liefde,
het religieuze en de bewondering voor de schepping en de natuur aan bod komen.
Zondermeer schitterend vond ik Beneath The Wheel, een folkblues met een zeer hoog J.J.
Cale gehalte, waarop Sampson zijn dobro en slidetechnieken demonstreert. Off
The Rails is het
zoveelste album op rij, van een uitstekende songwriter en muzikant, die de
actualiteit in zijn land op de voet volgt en hekelt, maar toch de nodige
positieve energie weet te putten uit de liefde, het werk van de man van
hierboven en de natuur. Give them Hope Don Michael en doe zo voort! (BD)
Too Slim & The Taildraggers / Tales Of
Sin & Redemption / VU VCD-0001-2 (www.tooslim.org)
Too
Slim & The Taildraggers / The Fortune Teller / Underworld UND0013 (Sonic
Rendezvous)
Een nieuwe van Tim Too Slim Langford
van die mens hadden we al zeer lang niets meer gehoord, dacht ik. Juist, maar
het is toch maar een halve waarheid; Tim voegde in zn pakje ook meteen zn
vorige cd bij en die dateert van 2003. Hoe we die aan onze neus voorbij hebben
laten gaan is me een raadsel. Tim Too Slim is niet bepaald een sant in eigen
land, want zijn populariteit ligt heel wat hoger in Europa dan in de Verenigde
Staten. Dat komt misschien doordat wij Europeanen over het algemeen meer
openstaan voor het eclecticisme in zn muziek. Tim en zn Taildraggers weten
dan ook perfect hoe je blues kan vermengen met straight rock, countryrock, funk
n zelfs jazz. De afsluitende instrumental Too Cool op Tales Of Sin is van dat laatste een erg goed
voorbeeld. De hele cd bulkt trouwens van variatie, gaande van gedreven
shuffles, via boogie en bluesrock, tot aan eigenzinnige grooves. Of het
invloeden zijn, weet ik niet, maar ik detecteer een ietsje SRV in Wish I Was
Fishin en een
streepje CCR in Mississippi Moon. Bovendien weet Tim steeds te boeien met zn snedige
gitaarwerk dat nooit over de top gaat en zn slide spel is gewoonweg tops. De
nieuwe cd, Fortune Teller,
gaat verder op het aloude pad maar neemt toch een paar onverwachte zwenkingen.
De meest verrassende song is wellicht Mexico waarop hij zn gitaar in duet doet gaan
met steel drums. Rare combinatie, maar het werkt perfect. Ook de akoestische
afsluiter Lonesome Alone
herbergt een accordeonnetje, iets dat we niet bepaald gewoon zijn van Tim.
Andere aanraders op deze cd zijn de titelsong met een spetterende solo; Cowboy
Boot met, wat
dacht u, een sterke countryrock solo; Motherlode met alweer een beetje CCR in verweven;
het stompend rockende slide vehikel She Gives Me Money, en het erg groovy Givers And
Takers. Too Slim
zit dus duidelijk terug op het goeie spoor en hopelijk kan hij dat combineren
met iets heel anders. Tim was namelijk zo vriendelijk een pot Essies Sauce op
te sturen want, jawel, sinds kort is hij eigenaar van dit merk. Een marinade,
geschikt voor allerhande vleessoorten, gevogelte en vis. De onderliggende smaak
kan vergeleken worden met die van Worcestershire sauce, maar daar bovenop ligt
er een zeer uitgesproken parfum die de smaak van het vlees een zeer apart
tintje geeft. Wij hebben het geprobeerd met kip en zeeduivel en in beide gevallen
was het bingo met een lekker geglaceerd velletje. Volgende slachtoffers in onze
proefreeks zijn parelhoen en tonijn, en het water loopt nu al in onze mond.
Twee vliegen in n klap dus, en we zien al uit naar de eerste barbecue van dit
jaar, mt Tim Langfords Essies Sauce en Too Slims Taildraggers! (MN)
Chucho Valdes / Tumi Sessions /
Tumi 157
(Xang Music Distribution)
Dit is
een sobere compilatie van tracks uit cd's (voor de info dienen de eigenlijke
cd's te worden geraadpleegd) die deze veel gelauwerde Cubaanse pianist
(stichter van de legendarische groep Irakere) maakte voor het Engelse Tumi
label tussen 1996 en 2007. De meeste van deze opnamen gebeurden in Havana, het
Tumi label staat er trouwens om bekend dat ze de muzikanten in Latijns Amerika
zelf gaan opnemen. Rekening houdend met zijn reputatie als Cubaanse Ellington
vallen deze Chucho Valdes opnamen echter toch ietwat licht uit. Dit is zeer
zeker fijne, ja zelfs gesofisticeerde Latin jazz, afwisselend instrumentaal en
met gastzang, maar opvallende nieuwe composities (geen enkele is van Valdes
zelf) of virtuoze muzikale prestaties moet u hier niet gaan zoeken. Smaakvolle,
elegante muziekjes zijn dit, soms dansbaar en soms mooie luistermelodien,
uiterst geschikt voor een zomers cocktailtuinfeestje, maar echt beklijvend is
de muziek nergens. Wij zijn echter de laatste om dit plaatje af te keuren en
voor Chet Baker-achtige Lucia Huergo -instrumentals als Pasadas Las 12 (met Jose Carlos Acosta), Blues
1080 (met Carlos
Emilo Morales) of Balada Para Trompeta #1 (met Julio Padron) hebben wij zeker mr
dan goedkeurend geknik over. (RD)
Various / The Rough Guide To African Street
Party
/ World Music Network RGNET 1201 CD (Central Distribution)
Dit is
nu eens zon cdtje waarvan de titel de lading maar gedeeltelijk dekt. Het
uitgangspunt is dat er overal in Afrika wel muziek uit de luidsprekers schalt
en er spontaan een party van komt. Dat zal best zijn maar dat geldt met deze cd
voor zowat elke straat in t is eender waar ter wereld. Overal waar deze elf
songs worden losgelaten op de straatstenen zal er allicht wel een hoopje benen
gestrekt worden. De compilatie ademt een aanstekelijkheid uit waar de stijfste
hark zelfs voor moet zwichten. Artiesten en groepen die letterlijk uit Afrika
stammen of er min of meer rechtstreeks aan gelinkt zijn, zorgen voor een mix
van Afro(Latin) stijlen waaraan klein of groot gewoonweg niet kan weerstaan.
Dat gaat van gekende namen zoals Vieux Farka Tour (prima Nikodemus remix),
ColombiAfrica en Ricardo Lemvo, tot aan minder gekende namen zoals Massukos
(Mozambique), Kaz Kasozi (Oeganda) en Fatai Rolling Dollar (Nigeria). Stuk voor
stuk deuntjes waarvoor de beentjes mogen ingesmeerd worden. Met plaatjes zoals
dit is de eerstkomende straatbarbecue gegarandeerd een feest. Wel het vlees in
t oog houden! (MN)
Hope Waits / Idem / Radarproof
RPR 1019
(www.hopewaits.com)
Weinig informatie over deze griet. Ze
werd geboren in Louisiana en groeide er ook op. Zingen was haar eerste liefde,
maar die werd ver weggeschopt door een wreed godsdienstige moeder die het niet
had begrepen op seculiere muziek. Het plotse overlijden van die moeder in 1998
is een bevrijding voor Hope en ze laat haar stem de vrije loop. Zowat negen jaar
later verschijnt deze debuut-cd en ze mag er fier over zijn. Hope bevindt zich
in dat moeilijke gebied dat al eens genre overschrijdend wordt genoemd, maar
dat mag geen letsel zijn om haar te gaan ontdekken. Twaalf songs brengt ze, in
een productie van Peter Malick die ook de gitaar hanteert. Andere medewerkers
heten o.a. Jeff Turmes, Marty Ballou, David Woodford, Lee Thornberg en Ducky
Carlisle; voorwaar geen gasten die buitenkomen voor een hond met hoge hoed.
Tussendoor: die Peter Malick mag dan al geen grote bekende zijn, hij is wel de
man die Norah Jones haar eerste kans bood. Met Hope zou het in dezelfde
richting mogen gaan. Enkele originals, al dan niet geschreven met Malick,
naast zeer eigenzinnige covers van Ill Be Satisfied, Yesterdays, Get Behind The Mule (Tom Waits, geen familie!), ome
Bobs Ring Them Bells,
Cigarettes And Coffee,
Mother In Law Blues
(een scherende Turmes op gitaar) en Come Rain Or Shine. Hopes zang leunt soms zeer
dicht aan bij die van Joan Osborne en een jonge Lucinda Williams, maar op de
beste song van de originals, You Crossed The Line, klinkt ze als Bonnie Raitt in betere tijden.
Sowieso te volgen! (GT)
Bugge Wesseltoft / IM / Jazzland
Recordings
(Universal)
De man die via zijn
label gekend raakte als verkondiger van the new conception of jazz komt nu
naar buiten met een heuse soloplaat. Solo betekent in zijn geval de klanken van
een Steinway met daarnaast ook die van een Fender Rhodes her en der aangevuld
met een aantal elektronische spielereien. Bovendien noteren we in n nummer
een gastbijdrage van Mari Boine die in haar eigen typische stijl voor een
vervreemdende sfeerschepping zorgt. De twee ankerpunten waarrond alles gebeurt
op IM zijn
ruimte en minimalisme. Onvermijdelijke referenties bij wat Wesseltoft hier brengt,
zijn Keith Jarrett, Satie en Bill Evans. De akoestische wereld wordt her en der
ingekleurd met diverse geluidsstructuren en collages. Het belangrijkste nummer
op deze cd is voor Bugge zelf WY waarin hij een aanklacht uit tegen het geweld op burgers tijdens
oorlogen. Dit idee kwam er nadat hij op de Britse radio het verhaal hoorde van
een Kongolese vrouw die de recente burgeroorlog overleefde maar wel tegen een
hoge prijs. Deze keer dus zeker geen hippe jazzdance maar muziek om stil bij te
worden. Heel verrassende wending maar wel ten zeerste aanbevolen. (GTB)
Whipsaws / 60 Watt Avenue /
Shut Eye SE202WS (www.shuteyerecords.com)
De
Whipsaws zijn een groep afkomstig uit het hoge Alaska. Daar begonnen ze in
2002. Pas in 2006 kwam hun debuut Tender Day Bender uit. Deze plaat werd gevolgd door een
intens toerschema. Door de goede kritieken was het duidelijk dat ze het ijs
moeten smeden als het heet is. Vandaar dat snel deze tweede plaat werd
opgenomen. De cd is volgens de liner notes opgedragen aan Neil Young &
Crazy Horse. De plaat biedt dan ook een palet aan stijlen dat gelijkaardig is
aan die van hun grote voorbeeld. De enige cover van deze plaat is dan ook niet
toevallig een cover van Neils Mr Soul. Ze brengen het er in deze cover zeker
niet slecht vanaf. Zanger Evan Phillips is ook de voornaamste tekstschrijver
van de groep (8 songs). Gitarist James Dommek Jr. tekent voor twee rustige
nummers, Amsterdam
met enkel akoestische gitaar en piano en het knappe Stick Around met mooie steel gitaar. Verder
zeker te vermelden: het knappe Jessi Jane, een countryrock nummer met een refrein
dat in je hoofd blijft rondspoken. High Tide is een medium tempo nummer met mooie
achtergrondzang van Marty Jones. In de categorie stevige Neil Young nummers is
er de titelsong en het bittere The War, over het debacle in Irak. Het met een
vettige slide gitaar opgefokte Bar Scar is vintage Stones. Verrassing alom in het
beste nummer van de plaat: de afsluiter 7 Long Years, een akoestisch rootsnummer met
tweede stem en vooral knap dobrospel van Tim Easton. Green on Red is terug
onder de levenden maar deze Whipsaws zijn een waardig alternatief. Te plaatsen
in het rijtje Neil, Green on Red, Drive-by Truckers en Bottle Rockets.
Liefhebbers weten wat gedaan. (LD)
Alles uit deze e-zine mag geknipt
en geplakt, gekopieerd, geheel of gedeeltelijk overgenomen worden na het fiat
van de afzender. Vals volk maakt daarentegen veel kans op een voodoovloek met
wreed virus!
Distributeurs met een hart voor
muziek sturen hun giften in natura (cds, gn brood, boter & charcuterie!)
naar:
MazzMusikaS Free-zine, Van Erstenstraat
24, B-2100 Deurne-Antwerpen, Belgi